dinsdag 10 april 2007

Gij zult niet onsterfelijk zijn (2)

Methusalem-elixer

Stel dat ik een stof zou ontdekken die mij, laten we zeggen, minstens tweehonderd jaar laat worden. Mag zijn met de fysieke leeftijd die ik nu heb. Ik ben niet veeleisend en hoef echt niet persé terug naar 25 lentes. Geweldig toch! Nog honderdvijftig jaarwisselingen met vuurwerk voor de boeg. Goh. Maar ja, dan moet ik dat spul wel delen met mijn vrouw en kinderen. Want het zou natuurlijk niet leuk zijn om mijn dierbaren te zien overlijden. Kinderen behoren hun ouders te overleven. En mijn kleinkinderen hun (groot)ouders. En mijn achterkleinkinderen. En niet te vergeten enkele familieleden en goede vrienden. Jeetje..... ik mag dus wel zorgen voor een behoorlijke hoeveelheid van dat goedje. En natuurlijk zouden we regelmatig moeten verhuizen, want anders zal de omgeving onze onveranderlijke lichamelijke toestand wel vreemd gaan vinden. En onbevoegden mogen er niet achter komen en ook een lang leven opeisen. Want dan wordt het lastig voor ons.
Goed, als het een eeuwige, nooit opdrogende, bron was dan konden we de vloeistof in flesjes verkopen. Zolang we de bron geheim hielden. Hoewel dat wel moeilijk zou zijn. Dan streng laten bewaken door zeer goedbetaalde en zwaarbewapende vazallen met het recht op een gratis drankje. In dat geval handhaafden we het monopolie op de levensverlenger en werden stinkend rijk. En door de vraag zouden we elke prijs kunnen eisen. Op den duur dan. Door onze prijsopdrijving bestond het gevaar dat de levensnectar voor steeds meer mensen onbetaalbaar werd, maar wereldwijd zouden er altijd genoeg miljonairs zijn om van ons langlevende miljardairs te maken. En natuurlijk zouden we gedwongen worden om de plaatselijke politici, politie- en legerleiding om te kopen en gratis doses te leveren. Etc, etc, etc.. Kortom van de zes miljard huidige bewoners van onze planeet haalden in deze situatie wellicht slechts enkele miljoenen de tweehonderd jaar. Alleen de rijken zouden zich voldoende flesjes kunnen veroorloven. Waardoor zij ouder, machtiger en alsmaar rijker werden. Er zou een samenleving ontstaan met een smalle bovenlaag van langlevende arrogante aristocraten en een brede onderlaag van paupers die gedoemd zijn rond een gemiddelde leeftijd van vijfenzeventig jaar het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen. Daartussen een laag van vechters om een slokje als ze een paar jaartjes ouder willen worden.
Onrechtvaardig vindt u? Ik ook. Beter zou het zijn om gewoon iedereen uit te nodigen er onbeperkt van te drinken. De bron droogt toch nooit op. Maar ja, als zes miljard mensen allemaal tegelijkertijd van dat wonderbaarlijke vocht willen drinken, heb je gelijk een rij van 50 omwentelingen rond de aarde. Tien procent zou in dat geval tijdens hun leven er een slok van kunnen nemen. Vijf miljard mensen zouden al het loodje hebben gelegd vóór ze aan de beurt zijn. En als iedereen genoeg heeft aan één portie dan tot daaraan toe. Maar als je er elk jaar één nodig hebt, dan kun je dat wel vergeten. Want dan moet je gewoon weer achteraan sluiten. Als iedereen tenminste zo beleefd is om op zijn beurt te wachten. Het zal eerder een gedrang van jewelste zijn. Daar komt nog bij dat ik en mijn familie, de ontdekkers van de bron, wel onbeperkt toegang moeten hebben. Want als wij ook in de rij moet gaan staan.....
Geen oplossing. Beter zou het zijn als we een non-profitorganisatie zouden oprichting: de Methusalem stichting. We zouden een gigantische, geheel geautomatiseerde, fabriek kunnen laten bouwen die, even denken...mmm... 100 één-liter flessen per seconde vult via honderd verschillende lijnen. In dat geval zouden we ongeveer 3 miljard flessen per jaar kunnen produceren en tegen kostprijs verkopen. En als verschillende instanties ons korting geven hoeft het niet eens veel te kosten. Om de twee jaar zou dan de gehele wereldbevolking er één kunnen kopen. Zolang maar één teugje per maand nodig is, is er dus niet zoveel aan de hand. Maar stel dat je elke week uit de fles moet drinken? Of elke dag? En wat te denken van de enorme vervoersproblemen, de hele planologische organisatie, die zo'n grote hoeveelheid flessen met zich meebrengt om over de verste uithoeken van de aarde te distribueren. Afgezien van de kosten. Zelfs al zou bijna elke instantie ons veel korting geven, dan nog denk ik dat voor veel mensen in de derde wereldlanden de flessen te duur zouden zijn. Of de overheden moeten die opkopen en gratis verstrekken. Althans wanneer corrupte ambtenaren niet de hele voorraad verduisteren.
Ook niet zo'n geweldige oplossing dus. Wacht, laat me even rustig nadenken. Ik kom er vast wel uit.
Stel je voor: ik ben een filantropische wetenschapper en krijg het voor elkaar om een synthetische versie van deze Methusalem-elixer te fabriceren in de vorm van een pil, een drankje of een injectie. Laten we zeggen een pil. Ik vraagt er patent op aan en geeft daarna een gratis licentie aan elk farmaceutisch bedrijf in de wereld om het te produceren, met als voorwaarde om het tegen kostprijs te verkopen. Gretig zullen ze zijn natuurlijk. Kostprijs is een relatief begrip. De concurrentie is groot, maar de vraag ook. Vraag en aanbod zullen op een gegeven moment een vaste kostprijs bepalen. De regeringen kopen een bepaald percentage in voor de allerarmsten en richten magazijnen in waar die de pillen gratis zouden kunnen ophalen.
Geweldig zou dat toch zijn. Een lang en gelukkig leven voor iedereen. Het ultime geluk van de mens bereikt. Ja toch?

Geen opmerkingen: